De Nederlandse luchtvaartmaatschappij KLM heeft deze week de website Travlr gelanceerd. Op deze site kan je je ideale vakantiebestemming vinden dankzij Twitter Youtube, Foursquare of Google Maps.

Travlr

Het enige wat je moet doen is op Travlr je verschillende interesses en voorkeuren ingeven. De website houdt ook rekening met het reisbudget dat je op voorhand kan bepalen. Travlr zoekt dan informatie op de verschillende sociale netwerksites waarna je suggesties krijgt voor jouw ideale reisbestemming.

Travlr zorgt ervoor dat je jouw droomlocatie kan volgen op Twitter, Youtube en Flickr. Je kan ook je bestemming verkennen in Google Maps. Bij elke suggestie krijgt de reiziger ook te zien wat de dichtstbijzijnde luchthaven is en hoeveel de vlucht kost. KLM wil de site nog uitbreiden met feedback van reizigers en een applicatie voorzien voor smartphones en tablets.

 


05-04-2011 om 11:00

Tijdens mijn stage bij NOCUS is mij opgevallen dat in 2011 alles sociaal moet zijn. Websites overladen met lezerreacties en user generated content zijn niet langer aan de orde. Op het web krijgt alles een sociaal tintje, maar is dit altijd zo positief? Dit zijn alvast enkele bedenkingen waaraan ik tijdens mijn stage extra aandacht wil besteden.

Nieuws vs. social nieuws

Nieuws is interessant zolang het social news is. Sociaal nieuws is het nieuws dat vrienden op Facebook leuk vinden en delen met jou. Zo wordt de kans dat jij het nieuws ook leuk vindt bijzonder groot. En dus ook gaat delen met jouw vrienden. Minpuntje: helaas is de kans reëel dat hierdoor ander belangrijk nieuws aan jou voorbij gaat.

Graph vs social graph

We spreken niet langer alleen onze vriendengroep aan, maar wel onze relaties op de sociale media of social graph.

Shopping vs social shopping

We doen een beroep op onze social graph om te genieten van voordelen bij het shoppen. Hoe meer ‘like’ of Facebook, hoe meer korting. Resultaat? We gaan onze vrienden bijna pushen om zelf te genieten van een voordeel. Is dit wel sociaal? Niet echt: je vrienden overladen met ongewenste mails om zelf iets te krijgen, maakt je zelfs onsympathiek.

Blipply en twitter

De voorstanders van ‘social’ moedigen ons aan om elk aspect van ons leven te delen met onze vrienden. Bijvoorbeeld Blippy een site die elke aankoop met je kredietkaart publiceert. Of een nieuwe trend op twitter: de weegschaal die automatisch je gewicht post.

Er is dus een stijgende druk om alles publiek te maken, maar gaat dit niet een beetje ver? Niet elk detail van je privéleven moet gedeeld worden en de wereld rondgaan. Voorlopige conclusie? Sociale media zijn een toegevoegde waarde voor onze maatschappij, maar niet allés moet per se sociaal zijn. Wordt ongetwijfeld vervolgd tijdens mijn stage.


18-03-2011 om 16:41

De CIM-cijfers houden geen rekening met het elektronische leesgedrag van de mensen want de resultaten van het aantal bezoekers van websites worden apart in het Metriweb onderzoek opgenomen. Ondertussen weet iedereen dat er nog steeds geen eenheid is in de verschillende advertentieformaten en –tarieven voor papier en online. PUB magazine stelde daarom de vraag: Is het niet dringend tijd om àlle resultaten van de persmerken samen te brengen?

Zelf ben ik van mening dat de discussie verder moet gaan dan integratie papier vs online. CIM cijfers geven anno 2010 onvoldoende leiddraad voor de ROI waarnaar marketeers op zoek zijn. De verdere versnippering en digitalisering van het medialandschap in media, formaten en mogelijkheden zullen het in de toekomst steeds moeilijker maken om ‘bereik’ juist uit te drukken. Als een meting zoals CIM niet allesomvattend meer kan zijn heeft ze eigenlijk geen zin meer. Toch niet om een communicatiemix ervan te laten afhangen. Het blijven beperken tot persmerken is al helemaal uit den boze. Want wat met de tv-plannen van Mobistar, de mobile iAds van Apple en andere digitale initiatieven ?

Als we over bereik spreken moeten we uitgaan van het long-tail principe. Meerdere, ‘kleinere’ media die veel gerichter zijn, bereiken meer dan de top die in de CIM zit. Ons laten gidsen door onvolledige informatie kan alleen maar leiden tot verdere verspilling van kostbare marketingbudgetten.

Misschien moeten we ons eerder afvragen of bereik als communicatiedoelstelling überhaupt nog zaligmakend mag zijn.

Ook verschenen in PUB Magazine 12 – 07/10/10


17-10-2010 om 13:20

Honda startte onlangs met het straffe social media film project ‘Live every litre‘. 13 globetrotters filmen hun avonturen terwijl ze met de nieuwe hybride Honda CR-Z door Europa reizen. Iedereen kan de reizigers tips geven en zo de documentaire mee vorm geven. Hiermee maakt Honda één van de eerste documentaires volledig gemaakt door de online community.


01-06-2010 om 14:18

De Nederlandse consument strikes back. Via Twitter deze keer. De website Uitgekotst.nl — what’s in a name — sprokkelt tweets van klanten die flink ontevreden zijn met geleverde producten of diensten van een bedrijf. De site verzamelt alle berichtjes met de trefwoorden #fail, #zuigt en #kut. En wat straffer is: het logo van bedrijf X of Y komt er meteen langs te staan. Kwestie van al die verzamelde twitterwoede duidelijk te kanaliseren.

Hulde hulde

Posiftief tegengewicht moet er zijn. Daarom riepen dezelfde initiatiefnemers ook huldehulde.nl in het leven. Yup, een site die de positieve twitterberichtjes over bedrijven verzamelt. Trefwoorden zijn hier o.a. #hulde, #kudos en #petje af. Benieuwd of de Belgische variant al in de maak is.


01-06-2010 om 08:41

Wie houdt er nu niet van Tim Ferriss? Wel, vrij veel mensen blijkbaar. De auteur van The 4-hour workweek sprak als eerste spreker van de dag over hoe hij omgaat met lovers en haters op blogs en in het leven algemeen. Tim heeft een nogal aparte manier van leven en zakendoen waarbij hij op korte termijn veel succes boekte, en dat levert kritiek op. De manier waarop hij daarmee omgaat is klaar en duidelijk: onterechte en waardeloze kritiek wordt door Tim genegeerd en verwijderd, opbouwende kritiek wil hij graag uitvergroten. Tim noemt dit de “pour gasoline”-methode. Hij gaat verder in op de opbouwende kritiek van zijn lezers en schrijft er soms zelfs volledige blogposts over. Op zijn eigen blog kan Tim er gerust mee leven dat mensen hem aanvallen in de comments, maar is er een nultolerantie voor gebruikers die elkaar aanvallen. “Ignore negativity” is de vuistregel.

Tim Ferriss’ verhaal was geweldig en krachtig, iets wat je wel vaker hebt met sterke Amerikaanse persoonlijkheden die ook nog eens goed kunnen vertellen. In 2008 had hij al eens de eer om zijn verhaal te doen op TED. Een ander verhaal, maar zeker het kijken waard.

Na de middag was het de beurt aan Mark Earls, auteur van Herd: how to change mass behavior by harnessing our true nature. Influencers bestaan volgens hem niet. Niet in “de echte wereld” en ook niet in social media. Mensen zijn geboren en opgegroeid met kopieergedrag. We kopiëren het gedrag van de kudde. Een krachtige quote is verplicht in iedere presentatie, dus koos Mark voor de volgende: “Thinking is overrated. Humans don’t really think before they act. Thinking is to humans as swimming is to cats. We only do it when we have to.”

De afsluiter van The Next Web 2010 was Evan Roth, een artiest die zijn werk positioneert in the sweet spot van open source en de pop cultuur. In veel van zijn projecten werkt hij rond graffiti, zoals de Graffiti Markup Language. Ook zeer populair was zijn bijdrage in het ‘Fuck Google‘-project, waarbij de deelnemers een fake Google Street View-auto bouwden om daarna Berlijn op stelten te zetten. Doel van deze actie: Google de-branden. Wil je Evan Roth vinden op Google? Zoek naar “badass motherfucker” en gebruik de “I’m feeling lucky” button. He’s only one click away.

En dat was The Next Web 2010! Ik zit weer vol werklust en inspiratie, maar moet ook eerlijk toegeven dat niet al mijn verwachtingen ingelost werden. Al een geluk dat mijn drie favoriete sprekers (Robert Cailliau, Tim Ferriss en Evan Roth) het wél volledig waar maakten. Misschien tot volgend jaar, misschien ook niet.


30-04-2010 om 11:19

Niet gemakkelijk, zo’n volledige, inspirerende dag in één blogpost stoppen. Dag twee van The Next Web was het startsignaal voor de échte conferentie in de Westergasfabriek. En wat een startsignaal! Saving the best for last, was duidelijk niet van de orde. De eerste spreker was niemand minder dan Robert Cailliau, de Belgische mede-oprichter van het wereldwijde web. Hij sprak over hoe het web ontstaan is en hoe het, samen met de beslissingen van Tim Berners-Lee, gekomen is tot wat het web vandaag is. Het web was in sé de eerste spin-off van de deeltjesversneller in Genève. De wetenschappers daar gebruikten het web zijn jonge vorm om documentatie uit te wisselen. De standaarden toen waren vooral gefocust op hypertext en vector graphics (SVG).

En als we het toch over standaarden hebben, leerden we van Robert Cailliau dat hij en Tim Berners-Lee het niet altijd met elkaar eens waren. Cailliau was ervan overtuigd dat het web standaarden nodig had om te groeien, terwijl Tim Berners-Lee voorstander was om alles toe te laten. Resultaat? We worstelen vandaag nog steeds met verouderde browsers en het gebruik van niet-standaarden. Cailliau durfde het zelfs aan om Javascript “the worst thing ever created” te noemen, allemaal dankzij Tim Berners-Lee.

Robert Cailliau’s keynote haalde mijn front-end inner-geek helemaal naar boven, en was zonder twijfel de sterkste presentatie van de dag. Maar, er was natuurlijk nog vanalles anders te beleven. Zo werd er door een tiental startups gepitched voor de PayPal X Startup Rally. Een aantal waren hoopvol, een aantal duidelijk minder. Na de startup madness was het de beurt aan Lisa Gansky om te praten over ‘the mesh’. Seth Godin —niet de minste — zei ooit het volgende over haar:

“Lisa Gansky, like Al Gore, didn’t invent the internet. But she co-created the first commercial website, developed the idea of advertising online, created online photo sharing and printing, and sold companies to both Kodak and AOL. Most important Gansky gets it. She sees around corners and describes a future that seems impossible… until you realize that it’s imminent.”

Lisa Gansky sprak over hoe bestaande businesses verder uitgebouwd kunnen worden, door het toevoegen van een service provider. Neem het voorbeeld van Zipcar. Door het uitbouwen van een heel online eco-systeem, hebben zij het gegeven van car sharing naar een nieuwe dimensie gebracht. Werner Vogels, CTO van Amazon.com, had ongeveer dezelfde boodschap. Vandaag de dag bestaan er zoveel online services die gebruikt kunnen worden als bouwstenen voor een eigen business. Het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden, je kan ook het wiel van iemand anders gebruiken en er een nieuwe wagen rond bouwen.

En ten slotte was ook Adam Richardsons talk één om te onthouden. Hij sprak over het verleden waar objecten en het web compleet van elkaar gescheiden waren. Je ziet echter meer en meer dat ze dichter bij elkaar komen en dat er we ook streven naar een toekomst waarbij objecten volledig geïntegreerd zijn in het web (bv. Zipcar: auto’s in het web) en andersom: het web volledig geïntegreerd in objecten (bv. augmented reality spiegel voor het passen van kleren).

En dat was dag twee! Dag drie zal de laatste zijn, maar met Tim Ferriss — schrijver van het boek The 4-hour Workweek — staat er ons nog een heel grote vis te wachten.


29-04-2010 om 09:23

Easygoing, but inspiring. Dat is volgens mij de beste pitchline voor de eerste dag van The Next Web conference. In Felix Meritis werd in de vroege namiddag de spits afgebeten met een 15-tal presentaties verdeeld in twee tracks: We Love Mobile en Real Time and Over Here. In iedere track werden genodigde spekers afgewisseld met sprekers uit de aanwezigen die Pecha Kucha-style hun verhaal kwamen vertellen. Allemaal niet te haastig, want wie wil zich nu bij deze temperaturen in het zweet werken in Amsterdam? Als — toevallige — eerste aanwezige op de conferentievloer, was er nog keuze genoeg. Ik verbond mijn lot de rest van de middag aan de mobile track.

Life’s a game

Mobile en social gaan tegenwoordig erg vaak hand in hand met games. Bouw je een mobiele applicatie in een social context, dan moet je er een game aspect in steken — dat is alleszins wat we konden besluiten uit vele presentaties. Foursquare en Gowalla doen het al volop: mayorship, items, punten, etc. Ook Waze, aanwezig op het conferentiepodium, gebruikt deze methode om gebruikers te engagen en problemen te overkomen. Waze is een turn-by-turn GPS applicatie die haar maps verzamelt door crowdsourcing. Waze-gebruikers plotten als het ware de wegen in heel de wereld door rond te rijden met hun smartphone. Door de introductie van een game aspect waar men items fysiek moet “ophalen”, kunnen ze gebruikers naar plaatsen lokken die nog niet op de Waze map staan.

Mobile payments in het westen en de derde wereld

Micropayments via mobiel is een gegeven waar al veel over gepraat en nagedacht is, maar waar in werkelijkheid nog maar weinig van terecht gekomen is. Zelfs in België zijn SMS betalingen nog altijd niet van de grond geraakt. Opmerkelijk is dat dit in derde wereld-landen anders is, zoals de eBay classifieds group verkondigde. In die landen is het internet misschien niet gepenetreerd, maar wel mobiel gebruik: tot wel 96% in Zuid-Afrika. Smartphones zul je daar misschien niet vaak zien, maar de eBay classifieds group is ervan overtuigd dat je ook op mindere platformen (SMS en WAP) grootse toepassingen kunt bouwen. Met resultaat: in Afrika wordt SMS betalen meer gebruikt dan op het Europese vasteland.

Maar… er is licht aan het einde van de tunnel. In een poging om zich te distantiëren van giganten als Facebook — door zich te focussen op de lokale markt — kondigde Hyves gisteren mobile payments aan door middel van de Hyves iPhone applicatie. Vanaf het heden kun je zowel bestellen als betalen met de applicatie in enkele populaire bars in Amsterdam. Zo wordt het cafépersoneel minder belast, en moeten gebruikers niet meer goochelen met kleingeld. De mobiele betaling wordt zelfs direct verwerkt op de gebruikers’ bankrekening, dus er komen geen third party “Hyves credits” bij kijken.

Dat was The Next Web dag 1 in retrospect. Een hoopvol begin, maar de volgende dagen staat er waarschijnlijk nog veel meer te wachten met de start van de échte conferentie in de Westergasfabriek. Stay tuned!


28-04-2010 om 12:24

Gisteren organiseerde Nick Decrock samen met de Expert Groep van Stichting Marketing het seminarie “Social Media in de marketingstrategie: strategie en aanpak”. Niet minder dan 150 marketeers daagden op om een uiteenzetting van de Social Media Rainbow Theory te beluisteren en te bediscussiëren.

De achterliggende idee om het regenboogconcept verder te trekken naar social media?

Social media zijn zo tastbaar als een regenboog. Niet dus. Het is geen medium zoals we dat kennen. Of kunnen beheersen. Het is een manier om informatie, kennis, meningen, maar ook lief en leed te delen. Het legt als het ware een virtuele brug tussen mensen:

  1. Iedereen kent het, over alle culturen heen. Iedereen vindt het mooi, spreekt er over, maar niemand kan het echt doorgronden. Noch voorspellen. Het aantal legendes en mythes zijn dan ook evenredig. Zeker over die pot met goud die andere andere kant te vinden moet zijn.
  2. Daarnaast is het mooi zo lang het duurt. Maar het komt altijd terug. Op een andere plaats, op een andere manier. Social media zijn allesbehalve kortstondig. Maar de applicaties die ervoor ingezet kunnen worden, mogen dat wel zijn. Het maakt niet uit hoe we morgen sociaal gaan zijn, maar we zullen het wel zijn.
  3. Je kan het fenomeen niet voorspellen, controleren of forceren. Tenzij in het klein, met een tuinslang tegen de laaghangende zon. Al kan experimenteren geen kwaad,  het effect is nooit zo mooi als de natuur kan voortbrengen.
  4. De regenboog bevat meer kleuren dan het oog kan waarnemen. Het is de variëteit in kleuren dat hem zo uniek maakt. Een vergelijkingspunt met de duizenden sociale applicaties.
  5. Het is een brug tussen hier en daar. Niet iedereen ziet hem op hetzelfde moment. En toch lijkt het alsof twee plaatsen met elkaar verbonden zijn. Zo dichtbij en toch veraf. Dankzij de doorbraak van mobiele media, de smartphones en hun sociale applicaties maakt het niet meer uit waar je bent. Wel de verbondenheid van die plaats tov die van anderen.

Een leuke theorie om daarna tot de essentie te komen in 3 workshops. Social media in uw marketingstrategie draait immers – in deze strikte volgorde – om:

  1. Luisteren en monitoren – door Stijn Vercamer
  2. Participeren en engageren – door Nick Decrock
  3. Leads, loyaliteit en verkoop – door Polle de Maagt

04-03-2010 om 18:14

Deze mooie infografiek uit Wired geeft weer wat een optimaal dagelijks mediagebruik zou zijn.

(via: Piet Vermaercke & Tijs)


25-01-2010 om 09:23