Tegenwoordig zie je op internet heel vaak de termen ‘cloud computing’, ‘cloud storage’ en ‘the data is in the cloud’ voorbij komen. In deze blogpost licht ik deze termen wat meer toe en verduidelijk ik ze met voorbeelden.
Definitie
Laten we eerst beginnen met een — momenteel aanvaarde — definitie van Cloud Computing volgens Gartner:
“Cloud Computing (Storage) is a style of computing (storage) where scalable and elastic IT-enabled capabilities are delivered as a service to external customers using Internet technologies”. (bron)
In deze definitie komen 3 belangrijke termen voor die we hierna kort toelichten:
- scalable
- service
- Internet technologies
Scalable
Het belangrijkste aan Cloud Computing en Storage is het vermogen om meer resources beschikbaar te maken als de vraag groter wordt.
Als voorbeeld nemen we een simpele webserver. In een traditionele setup komt een webserver overeen met een fysieke computer waarop een server besturingssysteem draait. Deze heeft een vaste configuratie op gebied van CPU kracht en beschikbaar geheugen, onafhankelijk van de taak die hij momenteel vervult.
In een cloud setup gaan we deze fysieke server omzetten naar een virtuele server die draait op een krachtig virtualisatieplatform zoals bv. VMWare of Xen. Waar in een traditionele setup elke server z’n eigen harde schijf en geheugen en CPU heeft, is er in virtualisatie 1 grote resourcespool die verdeeld wordt over de virtuele servers. Eventueel dynamisch aanpasbaar naar gelang de vraag van de virtuele server zelf.
Dit virtualisatieplatform opzetten is een grote kost. Hoe meer redundantie je in wilt bouwen, hoe duurder het wordt. Maar je krijgt er wel een hele hoop flexibiliteit voor terug.
Service & Internet technologies
Traditioneel draaiden computerprogramma’s op de computer van de gebruiker zelf. Neem als voorbeeld een simpele teksverwerker als Word of Pages.
In een service-oriented aanpak draait het programma op een centrale server als een website (=Service), waar de gebruiker via het internet op kan inloggen (=Internet Technologies). Neem als voorbeeld Google Docs, Googles online tekstverwerker.
Het grote voordeel? Als eindgebruiker moet je niet meer omkijken naar installatie en onderhoud van het systeem. Ook maakt het niet uit vanwaar je connecteert op het systeem, zolang je maar een internetverbinding en een webbrowser hebt kun je met de service werken. Al je data staan online gecentraliseerd en niet langer lokaal.
Praktijkvoorbeelden
Als iemand nu zegt “the data is in the cloud” bedoelt hij of zij dat z’n data beschikbaar is via een webservice. Die dan weer gehost wordt op een virtuele server als onderdeel van een virtualisatieplatform. Er is geen vaste lokatie meer voor bestanden, je weet niet op welke harde schijf in het platform data bestaan. Maar je weet dus wel dat je er altijd via je webservice aan kan.
Banken
Eigenlijk zijn de huidige banken een perfect voorbeeld van een Cloud Service: je geld staat op je rekening en je kan er via elk bankkantoor of geldautomaat aan. Waar het geld precies staat, is voor jou niet belangrijk. Zolang je er maar overal toegang tot hebt.
Flickr
Zelfde principe voor Flickr: je uploadt en beheert je fotos op Flickr via hun website (service). Maar op welke server nu precies je fotos staan, maakt jou niet uit.
Amazon S3
Amazon gaat nog een stap verder met hun S3 service. Je kunt een volledige virtuele schijf van enkele gigabyte huren, waar je dan via hun webservice via een filebrowser aan kunt. Je kunt zelfs je storage mouten op je eigen pc, net als een netwerk share. Ideaal voor mensen die op meerdere plekken aan hun data moeten kunnen.
Twitpic
Dat de Amazon S3 service verder gaat dan alleen eindgebruikers, kun je zien bij Twitpic.com: ze bieden een foto upload service aan, maar hebben zelf geen data storage. Daar gebruiken ze Amazon S3 voor. Een mooi voorbeeld van hoe 2 webservices elkaar gebruiken om tot een uiteindelijk product te komen.
31-03-2011 om 12:29

